_____________________________________________________________________________________________________
Hij Dkomt, hij Bm7komt,
die lGieve goede DSint.
Mijn Abeste vriend, jouw Dbeste vriend,
De E7vriend van ieder Akind.
Mijn Dhartje kloBm7pt,
Mijn Ghartje klopt zo Dblij.
Wat bArengt hij jou, wat Dbrengt hij mij,
Wat Abrengt hij jou en Dmij?
’t Is Gfeest elk Ajaar.
Mijn sGchoentje staat al Aklaar.
Hij Dkomt, hij Bm7komt,
die lGieve goede DSint.
Mijn Abeste vriend, jouw Dbeste vriend,
De E7vriend van Aieder Dkind.
_____________________________________________________________________________________________________
Zie Dginds komt de Astoomboot
uit A7Spanje weer Daan.
Hij Dbrengt ons Sint ANicolaas,
Ik A7zie hem al Dstaan
Daar Ahuppelt zijn Dpaardje
het Gdek op en Aneer.
Daar Dwaaien de wimApels
Zo A7mooi heen en Dweer.
Kijk, PDiet staat te lAachen
En rA7oept naar de Dkant:
Ik hDeb genoeg lAekkers
Voor hA7eel NederlDand!’
O lAieve Sint NDicolaas,
Kom Gook eens bij Amij.
En rDij toch niet sAtilletjes
Ons A7huisje voorbDij.
_____________________________________________________________________________________________________
DSinterkA7laasje, kom maar Dbinnen met je Bm7Piet,
want we Azingen allemaal Dblij een lied.
MisschieAn heeft u wel evDen tijd
VoordAat u weer naar SDpanje rijdt.
DKom dan maar Aeven Bm7bij ons aan
en laat uw Apaardje maar buiten sDtaan.
En we Azingen en we springen
en we Dzijn zo blij,
en we Gdansen Asamen,
Dzij aan zij.
En we Azingen en we springen
en we Dzijn zo blij,
en we Gdansen Asamen,
Dzij aan zij.
_____________________________________________________________________________________________________
DJongens, heb je ’t al vernomen?
ATralalali, tiDralalala.
DSinterklaas is aangekomen.
ATralalali, tiDralalala.
GEn we zingen Dhand in hand.
ASinterklaas is weer Din ’t land.
ATralalali, tiDralalala.
ATralalali, tiDralalala.
DAlle straten, alle wegen.
ATralalali, tiDralalala.
DOveral kom je pieten tegen.
ATralalali, tiDralalala.
GSinterklaas gDaat weer op pad,
Anaar ieder dorp en eDlke stad.
ATralalali, tiDralalala.
ATralalali, tiDralalala.
DAlle kind’ren huppelen, springen.
ATralalali, tiDralalala.
DAlle kind’ren juichen, zingen.
ATralalali tirDalalala.
GEn we zwaaien nDaar de Sint.
Een Afijne tijd die wDeer begint.
ATralalali, tiDralalala.
ATralalali, tiDralalala.
_____________________________________________________________________________________________________
Zachtjes Ggaan de paardenDvoetjes:
D7Trippel, trappel trippel, Gtrap.
’t Is het Gpaard van SinterDklaasje:
D7stippe, stappe, stippe, stGap.
Paardje Cdraagt met veel geGmak
SinterkDlaasje over ’t Gdak.
Paardje Cdraagt met veel geGmak
SinterkDlaasje over ’t Gdak.
Paardje kGan de weg wel vDinden:
D7Trippel, trappel, trippel, Gtrap.
In de schGemer van het mDaanlicht:
D7stippe, stappe, stippe, stGap.
En ik Cben nog lang niet Gmoe.
Maar ik Dmoet toch naar bedje tGoe.
En ik Cben nog lang niet Gmoe.
Maar ik Dmoet toch naar bedje tGoe.
‘k Hoor de vGlugge paardenvoDetjes:
D7Trippel, trappel, trippel, Gtrap.
In mijn lGekk’re warme bDedje:
D7stippe, stappe, stippe, stGap.
En ik Cdroom van SinterklGaas
en die lDieve PieterGbaas.
En ik Cdroom van SinterklGaas
en die lDieve PieterGbaas.
_____________________________________________________________________________________________________
ASinterklaas is jarig.
Ik Dzet mijn schoentje Aklaar.
‘k EHoop dat er iets in Akomt.
B7Wat? Ja, wist ik het Emaar.
AHier zet ik wat Ewater,
E7daar wat hooi voor ’t Apaard.
AWant die trouwe Dbeestje
Eis het heus wel Awaard.
AAls ik straks ga slapen,
Dkomt de goede SAint.
‘k EHoop dat hij in ’t dAonker
B7Wel ons huisje vEindt.
’t APaard is zwaar beEladen.
E7Piet stapt dapper voorAt.
AWijst naar onze Dschoorsteen,
hij hEeeft mijn liedjes geAhoord.
_____________________________________________________________________________________________________
Op een Ddag ging Piet Afietsen.
toen A7klapte z’n Dband.
Dus moeDst hij gaan lAopen
met de A7fiets aan zijn Dhand.
Hij Akwam bij een Ddorpje
en Gzei tegen de Asmid:
‘ik geDloof dat er in mijn Bmachterband
Een Apepernootje Dzit.’
De smDid moest hard Alachen
en plA7akte zijn bDand.
Toen kDon piet weer fAietsen
Door A7heel NederlDand.
En zAag hij een pDepernoot,
dan Gwist hij metAeen:
ik Dfiets daar niet Bmover…
ik fAiets er omDheen!
_____________________________________________________________________________________________________
DHee zeg, Piet GwiedewiedeDwiet,
ik Ghoor je Dwel, maar ik Azie je Dniet.
DWil je Asint de gDroeten Adoen?
DGooi wat Ain mijn lDege schAoen.
DHee zeg, Piet GwiedewiedeDwiet,
ik Ghoor je Dwel, maar ik Azie je Dniet.
_____________________________________________________________________________________________________
Zie de Emaan schijnt door de bomen.
B7Makkers, staakt uw wild geEraas.
Het heerlijk Eavondje is gekomen,
’t B7avondje van SinterkElaas.
Vol verAwachting klopt ons Ehart.
’t Grote B7feest gaat weer van sEtart.
AVol verwachting klopt ons Ehart.
’t Grote B7feest gaat weer van sEtart.
O wat fEijn zal ’t zijn te spelen
B7met die mooie, nieuwe tErein.
Eerlijk zEullen we alles delen.
B7Chocola en marsenpEein.
SinterkAlaas, wij zitten klEaar.
Komt u laB7ngs bij ons dit jaEar?
ASinterklaas, wij zitten kElaar.
Komt u laB7ngs bij ons dit jaEar?
_____________________________________________________________________________________________________
DDaar wordt aan de Bm7deur geklopt,
Ahard geklopt, Dzacht geklopt.
DDaar wordt aan de Bm7deur geklopt,
AWie zou dat Dzijn?
AWees maar geDrust, mijn kind.
AHet is de Dgoede Sint.
DHij is hier voor Bm7jou en mij.
GKom er maar Dbij!
_____________________________________________________________________________________________________
Hoor wie Eklopt daar, kinderen,
Hoor wie Eklopt daar, kinderen,
hoor wie B7tikt daar zachtjes tegen ’t Eraam?
’t Is een Evreemdeling zeker,
die verEdwaald is zeker,
‘k zal hem B7gauw eens vragen naar zijn Enaam.
Sint-ANicolaas, Sint-ENicolaas
Brengt B7ons vanavond Eeen bezoek
en Astrooit dan wat Elekkers,
in B7een of andere Ehoek. KAoek-Ekoek!
‘Alle Ekinderen,’ zegt hij,
‘krijgen Epakjes,’ zegt hij
‘ook al bB7en ik,’ zegt hij, ‘nog zo ouEd’
‘Want je Eweet wel,’ zegt hij,
‘dat Sint-ENicolaas,’ zegt hij,
‘echt van aB7lle kind ’ren heel veel Ehoudt.’
Sint-ANicolaas, Sint-ENicolaas
Brengt B7ons vanavond Eeen bezoek
en Astrooit dan wat Elekkers,
in B7een of andere Ehoek. KAoek-Ekoek!
_____________________________________________________________________________________________________
DDag, Sinterklaasje, Gdag, Ddag.
ADag, Ddag, lEieve APiet.
DDag, Sinterklaasje, Gdag, Ddag.
ALuister nDaar ons A7afscheidslDied.